Leges
Bijna 70% van de kosten die gemaakt worden voor de legesverordening (burgerzaken, omgevingsvergunningen en APV) zijn personeelskosten.
Vooral bij de leges voor burgerzaken zijn wettelijke tarieven vastgesteld (rijbewijzen, paspoorten). Deze tarieven zijn niet toereikend om de kosten te dekken. Het zou ook 'ongewenste' tariefverhogingen met zich meebrengen om de legesverordening wel kostendekkend te maken. Bovendien zouden de tarieven ten opzichte van de omringende gemeenten fors gaan afwijken. Conform bestaand beleid dekken we de meerkosten uit de algemene middelen.
Onderstaand een overzicht van de opbouw van de kosten en opbrengsten die betrekking hebben op de legesverordening. In 2024 hebben we de kostendekkendheid van de gehele legesverordening onderzocht. De resultaten van dit onderzoek verwerken we in de geactualiseerde Nota Lokale Heffingen 2024. Deze nota wordt gelijktijdig met de vaststelling van de belastingverordeningen 2025 aan de raad aangeboden.
Leges Burgerzaken:
Soort kosten | 2026 | Soort opbrengsten | 2026 |
|---|---|---|---|
Directe uren | -461 | Leges | 849 |
Overhead | -447 | Opbrengst overige diensten | 6 |
Afdracht aan het Rijk | -345 | ||
Rente en afschrijving | -10 | ||
Materialen | -34 | ||
Inhuur diensten derden | -15 | ||
Overige kosten | -10 | ||
Totaal toegerekende kosten | -1.322 | Totaal opbrengsten | 855 |
Bijdrage uit algemene middelen | -467 | ||
Kostendekkenheid
De huidige toerekening van kosten is gebaseerd op de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Nota lokale heffingen 2016.
De hoogte van de leges van burgerzaken zijn grotendeels wettelijk vastgesteld. De niet wettelijk vastgestelde tarieven zijn met 2,1% geindexeerd.
Nieuw in de begroting 2026 is de toerekening van uren. De toerekening van uren is nu gebaseerd op de aantallen uit te geven paspoorten, identiteiskaarten, rijbewijzen en andere diensten die burgerzaken levert. De urentoerekening is gebaseerd op de aantallen vermenigvuldigd met een normtijd. Vervolgens zijn de begrote uurtarieven en overhead toegerekend. De normtijden zijn gebaseerd op landelijk onderzoek. Deze werkwijze geeft een zuiverder beeld van de kostendekkenheid.
Leges omgevingsvergunningen:
Soort kosten | 2026 | Soort opbrengsten | 2026 |
|---|---|---|---|
Directe uren | -762 | Leges | 967 |
Overhead | -491 | ||
Inhuur diensten derden | -164 | ||
Bijdrage aan gemeenschappelijke regeling | -324 | ||
Overige kosten | -10 | Verrekening met de reserve | 459 |
Totaal toegerekende kosten | -1.751 | Totaal opbrengsten | 1.426 |
Bijdrage uit algemene middelen | -325 | ||
Kostendekkenheid
De huidige toerekening van kosten is gebaseerd op de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Nota lokale heffingen 2016.
Eigen onderzoek naar de hoogte van de leges van omgevingsvergunningen heeft uitgewezen dat Diemen voor de reguliere kleine omgevingsvergunningen (uitbouw en dergelijke) landelijk gezien qua legesheffing tot het gemiddelde behoort.
Voor vergunningen van grote bouwprojecten zijn we landelijk gezien wat duurder. We zijn voor het ramen van de leges voor grote bouwvergunningen afhankelijk van de aanvragen van de bouwontwikkelaars. Wij hebben daar weining tot geen invloed op. Dit maakt het ramen van deze opbrengsten lastig terwijl de bijbehorende inkomsten aanzienlijk zijn. Dat is de reden waarom we jaarlijks de kosten en opbrengsten van de omgevingsvergunningen salderen en verrekenen met de Egalisatiereserve Omgevingsvergunningen.
In de Nota lokale heffingen 2026 is vastgelegd dat we jaarlijks € 325.000 vanuit de algemene middelen toerekenen aan de omgevingsvergunningen.
Overigze leges:
Soort kosten | 2026 | Soort opbrengsten | 2023 |
|---|---|---|---|
Directe uren | -405 | Leges | 53 |
Overhead | -322 | ||
Inhuur diensten derden | -25 | ||
Overige kosten | -6 | ||
Totaal toegerekende kosten | -757 | Totaal opbrengsten | 53 |
Bijdrage uit algemene middelen | -704 | ||
Kostendekkenheid
De huidige toerekening van kosten is gebaseerd op de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Nota lokale heffingen 2016.
Ook de overige leges zijn met 2,1% geïndexeerd. De belangrijkste legesinkomsten zijn horeca-/terrasvergunningen, evenementvergunningen en vergunningen als gevolg van de Huisvestingswet. De inkomsten uit deze vergunningen staat in geen verhouding met de tijd die hierin wordt gestoken. In de begroting 2026 is kritisch gekeken naar de urentoerekening. Ten opzichte van vorig jaar is de uren- en overheadtoerekening € 1,3 miljoen lager.