Sociaal

Sociaal

Rekening
2024

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten

-27.389

-29.327

-29.915

-29.129

-28.030

-28.112

Baten

1.360

1.762

1.135

559

559

559

Saldo van baten en lasten

-26.029

-27.565

-28.780

-28.570

-27.471

-27.553

Dotatie

-

-

-

-

-

-

Onttrekking

256

230

-

-

-

-

Mutaties reserve

256

230

-

-

-

-

Geraamd resultaat

-25.773

-27.335

-28.780

-28.570

-27.471

-27.553

Onderstaand de analyse van de verschillen tussen de begroting 2026 en begroting 2025. De ramingen 2025 betreffen de begrote bedragen tot en met de verwerking van de 3e kwartaalbrief 2025.

Lasten

Bedrag
(x € 1.000)

Indexatie tarieven jeugdhulp en Wmo
In de begroting 2026 hebben wij rekening gehouden met het indexeren van de budgetten voor Jeugdzorg. Het indexatiepercentage voor 2026 is vastgesteld op 5,13%. Dit komt neer op een budget van € 640.000 voor Jeugdhulp en € 260.000 voor Wmo. Dit is dan ook de aanleiding waarom het budget voor 2026 per saldo € 900.000 hoger is dan dat van 2025.

-900

Jeugdzorg maatwerkcasussen (lokaal) en woonplaatsbeginsel
Vanaf 2026 is structureel rekening gehouden met kosten die betrekking hebben maatwerkcasussen (lokaal) en het woonplaatsbeginsel.

-500

Huishoudelijke hulp
Voor het begrotingsjaar 2025 is € 65.000 beschikbaar gesteld voor de demografische ontwikkeling (vergrijzing) en € 176.000 voor de vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Per saldo leidt dit tot een verschil van € 241.000 tussen de jaren 2025 en 2026.

-241

Inburgering
Dit effect van per saldo € 80.000 wordt voor een aanziendelijk deel veroorzaakt door het incidenteel budget dat in de derde kwartaalbrief 2025 beschikbaar is gesteld voor het hersteltractect in 2025. Herstel is nodig om de administratie op te schonen, achterstallige of foutieve facturatie te corrigeren en extra begeleiding voor inburgeraars die hun traject niet binnen de wettelijke termijn kunnen afronden.

80

Personele lasten
Op aanwijzing van het CBS hebben wij onze werkwijze voor het begroten en verantwoorden van kosten binnen Jeugdzorg en Wmo aangepast. In het verlengde hiervan hebben wij ook kritisch gekeken naar de doorbelasting van personeelskosten voor beleidsontwikkeling en advisering. Dit heeft geleid tot het inzicht dat een deel van deze kosten verantwoord dient te worden op andere programma’s, namelijk Onderwijs, Inkomen en Armoede, en Vrije Tijd. Als gevolg hiervan is op dit programma voor 2026 aanzienlijk minder personeelskosten begroot dan in 2025. Dit maakt dat een aanzienlijk deel van dit effect van tijdelijke aard is. Wij zijn immers voornemens deze wijziging ook voor 2025 door te voeren in de vierde kwartaalbrief van 2025.

331

Gemeenschappelijke regelingen
Ten opzichte van 2025 is de gemeentelijke bijdrage aan de gemeenschappelijke regelingen binnen dit programma met circa € 177.000 toegenomen. Een aanzienlijk deel van deze stijging is toe te schrijven aan de regeling Veilig Thuis. Zoals vermeld in de Kadernota 2026 is een hogere bijdrage vanuit de gemeenten noodzakelijk om de begroting van Veilig Thuis structureel sluitend te krijgen.

-177

Specifieke uitkeringen (SPUK)
De gemeente ontvangt jaarlijks van het Rijk een aantal specifieke uitkeringen. Deze beschikkingen hebben in de meeste gevallen betrekking op één kalenderjaar en worden ook binnen datzelfde jaar verstrekt. Bij het opstellen van de begroting was het beeld voor 2025 al bekend, terwijl dat voor 2026 op dat moment nog ontbrak. Dit verklaart het verschil tussen beide jaren.

567

Kosten ten laste van de Algemene reserve
Het effect van € 230.000 houdt verband met de budgetten voor de implementatie van de WOBW, de Hervormingsagenda en Samenlevingsopbouw. Deze middelen zijn in 2024 niet benut, maar in 2025 opnieuw beschikbaar gesteld via een onttrekking uit de Algemene reserve. Hierdoor kunnen de betreffende activiteiten alsnog worden uitgevoerd in 2025. De dekking voor deze lasten is te vinden in de tabel Reserves (dotaties/onttrekkingen) die hieronder is te raadplegen.

230

Overige Verschillen
Het effect van € 22.000 wordt met name veroorzaakt door het budget voor het jongerenpunt dat in 2025 beschikbaar en het budget voor lokale inzet voor femicide dat in 2026 beschikbaar is gesteld.

22

Totaal verschil lasten

-588

Baten

Bedrag
(x € 1.000)

Specifieke uitkeringen (SPUK)
In principe moeten de baten (€ 592.000) en de lasten (€ 567.000) per saldo nul zijn. Echter is er een verschil van € 25.000, omdat voor dit bedrag aan kosten zijn geraamd op het programma Inkomen en armoede.

-592

Overige verschillen
Dit effect heeft te maken met de dekking voor de kosten voor het jongerenpunt in 2025.

-35

Totaal verschil lasten

-627

Reserves (dotaties/ontrekkingen)

Bedrag
(x € 1.000)

Dotaties:

-

Onttrekkingen:

Algemene reserve
Voor een toelichting verwijzen wij naar de toelichting op de lasten van dit programma.

-230

Totaal mutaties reserves

-230

Totaal verschil Programma Sociaal

-1.445

Stel uw tan:document zelf samen

SELECTIE

0 - geselecteerd

Direct downloaden


Volledige pdf